Einde gezamenlijk gezag.
Het gezamenlijk gezag eindigt op verzoek van de ouder of van de partner. Een van beide of beiden gezamenlijk dienen hiervoor een verzoek bij de rechtbank in. Zowel de ouder als de partner kunnen de rechter vragen hem of haar voortaan met het gezag te belasten.
Nadat een dergelijk verzoek is ingediend kan ook de andere ouder - b.v. de vader - het gezag vragen. Kent de rechter het gezag toe aan de partner, dan is deze vanaf dat moment de voogd.
Gezamenlijk gezag eindigt voorts door overlijden van een der partners. De andere partner wordt voogd. Als er een andere ouder is - b.v. de vader - kan deze bij de rechtbank een verzoek indienen om aan hem het gezag toe te kennen. Als de rechtbank dit verzoek inwilligt, eindigt de voogdij van de partner. Overlijdt de partner, dan krijgt de ouder alleen het gezag.
Onderhoudsplicht.
Nadat het gezamenlijk gezag is beëindigd, blijft de niet-ouder onderhoudsplichtig. Deze onderhoudsplicht duurt zolang als het gezamenlijk gezag heeft bestaan. In uitzonderingsgevallen kan de rechter een langere periode vaststellen. De onderhoudsplicht duurt uiterlijk totdat het kind 21 jaar wordt.
Naam.
De ouder en partner kunnen de rechter bij het verzoek tot vaststellen gezamenlijk gezag ook vragen om de achternaam van het kind te wijzigen, zodat het kind de achternaam van de ouder of de partner krijgt. Bij de beslissing over dit verzoek staat - zoals bij alle beslissingen met betrekking tot gezamenlijk gezag - het belang van het kind voorop. Kinderen van 12 jaar en ouder moeten instemmen met het verzoek tot naamswijziging.
|