
A. Samenleving en samenwoning
Geregistreerd partnerschap
Burgerlijk huwelijk
inleiding
wat is...?
voorwaarden
totstandkoming
kosten
rechten/plichten
kerkelijk huwelijk
beëindiging
kinderen
geslachtsnaam
wetsartikelen 1
wetsartikelen 2
wetsartikelen 3
wetsartikelen 4
wetsartikelen 5
wetsartikelen 6
wetsartikelen 7
wetsartikelen 8
wetsartikelen 9 ->
art 91
art 92
art 92a
Overeenkomst
en verschil
Omzetten partnerschap in huwelijk
B. Kinderen
Gezag
Gezamenlijk gezag
Ouderlijk gezag
Adoptie

inleiding
|
Artikel 91
- Indien een echtgenoot door afwezigheid of een andere oorzaak in de onmogelijkheid verkeert zijn goederen of de goederen der gemeenschap te besturen, of in ernstige mate tekortschiet in het bestuur van de goederen der gemeenschap, kan de rechtbank op verzoek van de andere echtgenoot aan deze het bestuur over die goederen of een deel daarvan met uitsluiting van de eerstgenoemde echtgenoot opdragen. De rechter kan bij de opdracht nadere regelen stellen omtrent het bestuur en de vertegenwoordiging in de zin van lid 4.
- De artikelen 86 leden 2-4 en 90 lid 3 zijn van overeenkomstige toepassing.
- De rechter gelast de oproeping van beide echtgenoten en, zo de in lid 1 eerstgenoemde echtgenoot een vertegenwoordiger heeft aangesteld, ook deze.
- De echtgenoot aan wie het bestuur over goederen wordt opgedragen, is bevoegd tot vertegenwoordiging van de echtgenoot aan wie het wordt onttrokken, bij andere dan bestuurshandelingen met betrekking tot die goederen.
|
Artikel 92
- Is aan een derde niet kenbaar wie van de echtgenoten bevoegd is tot het bestuur over een roerende zaak die geen registergoed is, of een recht aan toonder, dan mag hij de echtgenoot die de zaak of het papier aan toonder onder zich heeft, bevoegd achten.
- De echtgenoot die ten gevolge van een rechtshandeling van de andere echtgenoot door een derde te goeder trouw in het bestuur van een goed is gestoord, verliest het recht tot beëindiging van de stoornis, indien hij zich tegen de stoornis niet heeft verzet binnen een redelijke termijn nadat zij te zijner kennis is gekomen. De bevoegdheid van de echtgenoot tot beëindiging van de stoornis vervalt eveneens indien de derde hem een redelijke termijn heeft gesteld ter uitoefening van die bevoegdheid en hij
daarvan geen gebruik heeft gemaakt.
- Aan een derde kan niet worden tegengeworpen dat een vordering tot vergoeding welke tijdens het huwelijk is ontstaan wegens
vermogensverschuiving tussen de echtgenoten onderling of tussen een der echtgenoten en een tussen hen bestaande gemeenschap, niet opeisbaar is.
Artikel 92a
Deze titel is niet van toepassing op van tafel en bed gescheiden echtgenoten.
|
  |
|