Artikel 1

Hoewel al in juni 1997 gepubliceerd, onderstaand artikel is boeiend en interessant:

Lesbische moeders beter? (WWC10)

(tekst van een artikel van Esther Endeveld uit Cicero juni 1997)

Kinderen uit lesbische gezinnen vertonen minder vaak gedragsstoornissen dan kinderen uit "normale" gezinnen. Ook is vaak het contact tussen kind en niet-biologische moeder beter dan die tussen kind en vader in een doorsnee-gezin. Dit blijkt uit het onderzoek van Anne Brewaeys waarop zij op 5 juni promoveerde bij de Leidse hoogleraar gynaecologie prof. dr. E.V. van Hall. Voor dit promotieonderzoek volgde zij lesbische en heteroseksuele gezinnen waarbij de kinderen zijn verwekt met behulp van anonieme donorinseminatie.

 

Hoewel uit deze studie blijkt dat het lesbische gezin-met-kinderen prima functioneert, laat een wettelijke erkenning van het duo-moederschap nog steeds op zich wachten. Duo-moeders procederen al geruime tijd vergeefs om ook voor de niet-biologische moeder via adoptie het juridisch ouderschap te krijgen. Afgelopen november besliste de rechtbank dat onder de huidige wetgeving een kind geen twee moeders kan hebben, alhoewel dat soms wel in het belang van het kind is. Daarin heeft vooral staatssecretaris Schmitz van Justitie (PvdA) de hand. Ondanks de wens van de Tweede-Kamerfracties van de PvdA, D66 en Groenlinks voelt zij er niets voor juridisch al snel iets voor deze moeders te regelen. Liever wacht Schmitz op een advies van de commissie-Kortmann die momenteel de wenselijkheid en mogelijkheden van het 'homohuwelijk' en adoptie door twee personen van hetzelfde geslacht onderzoekt.

 

Minder moeder

 

Wanneer de literatuur er op na geslagen wordt, zijn er veel argumenten te vinden tegen het lesbisch moederschap. Zo zou het kind een vader nodig hebben voor een gezonde psychologische ontwikkeling, zou de lesbische moeder minder 'moederlijk' zijn en zou het kind bij voorbaat al meer kans lopen op een verstoring in de gedrags- en emotionele ontwikkeling. Hoewel op dit terrein al veel onderzoek is verricht, is het bewijs voor bovenstaande stellingen nooit gevonden. Bovendien was de methode van onderzoek ook niet altijd juist: meestal werden gezinnen bestudeerd waarvan de moeder pas na de scheiding een lesbische samenlevingsvorm aannam. En dat kan niet helemaal vergeleken worden met totaallesbisch ouderschap, waarbij het kind van de geboorte af door twee moeders wordt opgevoed.

 

Onderzoek

 

Voor haar promotieonderzoek interviewde Brewaeys zowel lesbische als heteroseksuele paren die via donorinseminatie (DI) een kind hadden gekregen. Als controlegroep werd een groep "doorsnee-Nederlanders" genomen; gezinnen waarbij het kind op een natuurlijke wijze was verwekt. Het onderzoek richtte zich onder meer op de volgende aandachtspunten: de gezinsrelaties en ontwikkeling van het DI-kind in lesbische gezinnen en in heteroseksuele gezinnen, de geheimhouding van het donorgebruik binnen het gezin en de houding ten opzichte van de anonimiteit van de donor.

 

Seksuele oriëntatie

 

Hedendaagse psychologische theorieën stellen dat het sekserol gedrag van het kind wordt afgekeken van meerdere 'role-models' in de brede sociale omgeving. Brewaeys ziet dat bevestigd in de gesprekken met de 30 lesbische ouderparen: de ouderrol is ondergeschikt aan invloeden van buiten het gezin. De onderzoekster vindt in elk geval geen bewijs voor een mogelijke invloed van de seksuele oriëntatie van de moeder op de ontwikkeling van het kind. Ook wanneer de studiegroep vergeleken wordt met de 'doorsneeNederlanders', wordt geen verschil gevonden in de gedrags- en emotionele ontwikkeling van het kind. Hier moet echter wel bij vermeld worden de kinderen niet ouder waren dan 4 jaar. Op deze leeftijd zijn kinderen nog niet goed in staat een eigen oordeel te vormen, en wordt de thuissituatie automatisch als volkomen normaal ervaren. Hun emotioneel welzijn berust dan ook voornamelijk op de sfeer van de directe omgeving (gezin). Pas later, zo rond de puberteit, wanneer de mening van 'anderen' echt belangrijk wordt, zal het kind proberen niet uit de toon te vallen door eventueel zijn/haar afkomst te verhullen. Omdat dit echter weer kan leiden tot sociale isolatie moeten, aldus Brewaeys, de lesbische ouders de omgeving erop attenderen het kind de ongewone familiegeschiedenis niet aan te rekenen.

 

Vader

 

De functie van een vader in het gezin, zo stelt een psychoanalytische theorie, is vooral het kind te helpen uit de hechte, bijna symbiotische band met zijn of haar moeder. Enkele eerdere studies toonden een verhoogd risico op gedragsproblemen bij jongens uit vaderloze gezinnen.
Dat wordt echter niet teruggevonden in deze studie: er blijkt juist dat DI-kinderen uit lesbische dus vaderloze gezinnen zich emotioneel wel goed ontwikkelen. Maar hier is dan ook sprake van de aanwezigheid van een tweede ouderfiguur vanaf de geboorte van het kind, terwijl dat in vaderloze gezinnen niet altijd het geval hoeft te zijn. Het moeilijke van een lesbisch gezin is dat een vervanging moet worden gezocht voor het traditionele vadermoeder rolpatroon. De tweede moeder, ook wel niet-biologische of sociale moeder, heeft geen genetische band met het kind. Zij moet er dus extra voor 'werken' om een band met het kind te krijgen. Uit de interviews blijkt dat zij een evenredige verdeling van opvoedingstaken en verantwoordelijkheden wenst, waarbij zij net zo goed als de biologische moeder als 'ouder' wordt gezien. Brewaeys vond, met behulp van de FamilieRelatieTest, bevestiging van deze wens door het gedrag van het kind: de sociale moeder in lesbische gezinnen wordt door het kind net zoveel als ouder beschouwd als de vader in een heteroseksueel gezin. De sociale moeders vertoonden zelfs meer interactie met het kind dan de vaders in heterogezinnen. Eén ander opvallend verschil was: in geen enkel heteroseksueel huishouden waren de opvoedingstaken zo evenredig verdeeld over de vader en de moeder als over de twee moeders in een lesbisch gezin. Ook meldden de lesbische moeders niet meer problemen met het bijbrengen van discipline dan de heteroseksuele moeders.

 

Hetero

 

Brewaeys betrok ook heteroseksuele DI-gezinnen in haar onderzoek. Zij stelt dat de gezinsrelaties in heteroseksuele en lesbische families niet veel van elkaar verschillen. Zoals gezegd vertoonden de lesbische sociale moeders wel een sterkere interactie met het kind dan 'natuurlijke' vaders, maar dit verschil zit hem eerder in het vrouwzijn dan in het lesbischzijn. Vrouwen scoren namelijk sowieso hoger als het gaat om de intensiteit van het contact met het kind. Het feit dat vaders in DI-gezinnen en 'natuurlijke' vaders hierin overeenkomstig scoren, bevestigt dat. Kinderen uit heteroseksuele gezinnen die met DI zijn verwekt vertonen vaker stoornissen in emotionele en/of gedragsontwikkeling dan kinderen uit lesbische DI-gezinnen of 'gewone Nederlandse' gezinnen. Brewaeys legt een mogelijke oorzaak daarvoor in het donorschap zelf. In heteroseksuele gezinnen wordt de inseminatie gezien als een medische oplossing voor een fysiek probleem, namelijk de onvruchtbaarheid van de man. Omdat er toch een zeker maatschappelijk taboe rust op mannelijke infertiliteit, kan er nauwelijks over de situatie gesproken worden. Deze geheimzinnige houding kan spanning veroorzaken binnen het gezin. Omdat deze problematiek zich niet afspeelt binnen de lesbische gezinnen, wordt daar veel makkelijker omgegaan met het verschijnsel. Ook omdat de ouders soms zelfs het gevoel hebben zich te moeten verantwoorden, zal de kinderwens juist met vele buitenstaanders besproken zijn.

 

Familiegeheim

 

Over het geheim houden van het donorgebruik wordt in beide familietypen zeer verschillend gedacht. Van de 30 geïnterviewde lesbische DI-gezinnen was in elk gezin het kind op de hoogte van de donorbevruchting. Bij de heteroseksuele stellen was dit aanzienlijk minder: uit de 38 gevolgde gezinnen was slechts 1 kind op de hoogte verwekt te zijn door een anonieme donor.
Volgens de onderzoekster kan dit vooral vanuit de verschillende gezinsstructuren verklaard worden. De afwezigheid van een vaderfiguur in een gezin met lesbische ouders zal kinderen uiteraard eerder aanzetten tot het stellen van vragen, terwijl daar bij de heteroseksuele gezinnen geen aanleiding toe is. Of het niet-vertellen bij heterofamilies terug te vinden is in emotionele en/of gedragsstoornissen bij de kinderen is niet bekend. Hoewel het negatieve effect van familiegeheimen op het functioneren van het gezin al beschreven is in de literatuur, is een goede vergelijking niet mogelijk omdat te weinig heteroseksuele stellen kiezen voor openheid en hun medewerking verlenen voor een mogelijke vervolgstudie.

 

Niet-weten

 

Over de anonimiteit van de donor verschillen de verschillende families niet veel van mening: ongeveer de helft van de gezinnen uit beide groepen is ermee tevreden niets te weten. De andere helft echter zou in het belang van het kind meer informatie wensen over de donor. En dan vooral met betrekking tot de medische en genetische achtergrond van de donor, zoals bepaalde ziektes en erfelijke eigenschappen. Over de reactie van de kinderen zelf op de anonimiteit van de donor valt volgens Brewaeys nog niets te vertellen. Ook in de toekomst, wanneer de kinderen ouder zijn, zal dit voor heterogezinnen zeer moeilijk te achterhalen zijn vanwege de geheimzinnigheid die rond het thema hangt.

 

Seinfeld aflevering aanleiding voor rechtszaak

 

De ook op de Nederlandse televisie uitgezonden comedyserie Seinfeld was in de staat Milwaukee aanleiding voor een rechtszaak waarin een voormalig medewerker van een brouwerij zijn ontslag uit een leidinggevende baan aanvocht. De man was ontslagen op grond van "sexual harassment", het debiteren van ongewenste intimiteiten. Wat was er gebeurd?

 

De man had op zijn werk aan een vrouwelijke collega verteld wat hij in Seinfeld had gezien. In de desbetreffende aflevering vraagt een man zich af hoe de vrouw ook al weer heet die hij juist ontmoette, het enige wat hij nog weet is dat de naam rijmt op een vrouwelijk lichaamsdeel. Later blijkt dat de vrouw Dolores heet.

 

Het vrouwelijk lichaamsdeel dat daar op rijmt is clitoris. De ontslagen werknemer durfde dat woord niet in de mond te nemen maar kopieerde de pagina van het woordenboek waarop het staat en liet die kopie aan zijn collega zien. De aanblik van dat woord was voor de vrouw blijkbaar dusdanig schokkend dat ze het ontslag van de man bewerkstelligde. In dit van Reuter (1 juli) overgenomen bericht wordt geen gewag gemaakt van de uiteindelijke beslissing door de rechter.

 
terug naar publicaties-index lees artikel 2

sail_bar.gif - 1.788 bytes


publicaties@kidkids.nl
publicaties@kidkids.nl
bovenkant pagina Kid-kids homepage
 © KIDkids 06-09-1999,
updated 08-09-2000.

 

home | KID-IUI | discussie | links | juridisch | FAQ | literatuur | uitgesproken | gevraagd | aangeboden | kaartjes | raadsels | sitemap