"Voorzitter!
Bij het opstellen van de wetsvoorstellen voor het homohuwelijk zijn wij ons ervan bewust geweest, dat in de samenleving uiteenlopende opvattingen bestaan over het huwelijk. Die verschillen in opvatting klonken ook al door in het rapport dat de commissie Openstelling huwelijk onder voorzitterschap van professor Kortmann op 27 oktober 1997 op verzoek van het vorige kabinet heeft uitgebracht, en dat aan het huidige wetsvoorstel ten grondslag ligt. Sommigen zien het huwelijk als een formele, zakelijke overeenkomst, waaraan de wet bepaalde rechten en plichten verbindt. Anderen beschouwen het huwelijk in het bijzonder als een van
God gegeven verbintenis tussen een man en een vrouw, waarbinnen in beginsel voor nageslacht wordt gezorgd en opgevoed. Beide opvattingen verdienen respect, ook van de wetgever. |
Voorzitter!
Het rapport van de commissie-Kortmann heeft ook in de Kamer weer tot een diepgaande discussie geleid. In april 1998 heeft de Kamer zich in meerderheid afgesproken voor de openstelling van het huwelijk en voor de mogelijkheid van adoptie door personen van hetzelfde geslacht. De heer Van der Staaij heeft vanmorgen in zijn bijdrage in het bijzonder nog eens gevraagd, welke beginselen aan die stellingname ten grondslag lagen. Het lijkt mij duidelijk, dat het gelijkheidsbeginsel daarbij de inspirerende factor is, waarbij ik niet verheel, dat dit beginsel op gespannen voet staat met andere beginselen. Maar dat is met beginselen wel vaker het geval. |
Voorzitter!
In onze gesprekken met vertegenwoordigers van de kerken is wel gebleken, dat sommige kerken genegen zijn, een huwelijk tussen personen van hetzelfde geslacht te bevestigen en andere kerken niet. Dat is een zaak voor de kerken, waar het kabinet uiteraard niet in wil treden. Een wettelijke regeling van het burgerlijk huwelijk maakt dat niet anders. Of, zoals de wet al zegt: de wet beschouwt het huwelijk slechts in zijn burgerrechtelijke betrekkingen. Ter uitvoering van het regeerakkoord hebben wij nu de wetsvoorstellen over het huwelijk en adoptie voorbereid en aan de Kamer voorgelegd. Inderdaad leiden die wetsvoorstellen tot meer regelgeving. Maar met de heer Van der Staaij ben ik het eens, dat die ontwikkeling ondergeschikt is aan het belang van het onderwerp. Ik heb begrepen, dat de Tweede Kamer volgende week maandag rondetafelgesprekken zal voeren met maatschappelijke groeperingen. Dat betekent dat alle invalshoeken aan bod komen, en dat wij daarna het debat over deze onderwerpen kunnen voortzetten." |