Artikel 8_1Vervolg Afstammingsvoorlichting bij kunstmatige inseminatie en eiceldonatie(door mr L.G. Schrage) |
Ook in Europese verdragen wordt aandacht besteed aan afstammingsvoorlichting. |
Het recht op een omgangsregeling wordt in het wetsvoorstel Donorgegevens Kunstmatige Inseminatie niet geregeld. Volgens de Minister heeft heldere jurisprudentie het onnodig gemaakt om het verzoek tot het vaststellen van een omgangsregeling wettelijk te regelen. Hier kan mijns inziens ook anders over worden gedacht. Als elk kind bij de geboorte een genetisch paspoort krijgt waarin staat vermeld wie de zorgouders zijn en wie de biologische ouders, bestaat er vanaf de geboorte zekerheid over elkanders bestaan. Voor aanvang van het doneren van sperma was de donor al op de hoogte van de consequenties ervan en heeft er bewust voor gekozen om als biologische vader vermeld te worden in het genetisch paspoort van zijn kind. Bij het vaderschap hoort automatisch een omgangsrecht, tenzij zowel het kind als de biologische vader geen behoefte hebben aan contact. Dit vloeit ook voort uit art. 7 IVRK, waarin staat dat elk kind het recht heeft om te weten wie zijn ouders zijn. Als dit vanaf de geboorte bij alle partijen bekend is, dan is een omgangsrecht de logische consequentie. Bovenstaande hoort in het wetsvoorstel thuis. Samengevat komt het neer op het recht op een genetisch paspoort, met daaraan gekoppeld het recht op een omgangsregeling, tenzij geen van de betrokken partijen daar behoefte aan heeft. Wil een van de betrokkenen echter wel in contact komen met de ander, dan moet daar een wettelijke grondslag voor zijn. Dit levert geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van een van de partijen op, aangezien de consequenties van het doneren van sperma, dan wel het gebruik maken van een donor om een kinderwens te vervullen van tevoren duidelijk vast staan. Een wettelijke basis is wenselijk. |
Ook in andere landen wordt aandacht besteed aan de afstammingsvoorlichting. In Duitsland wordt uitgegaan van het uit de Grondwet afgeleide grondrecht 'auf Kenntnis der eigenen Abstammung' en wordt de kwestie rond de anonimiteit van de donor op de eerste plaats benaderd vanuit dit recht. Het belang van het kind staat daarbij voorop. In het Zweedse recht staat ook het belang van het kind centraal. Vanaf 1 maart 1985 heeft Zweden een wet met als uitgangspunt de opheffing van de anonimiteit van de donor. KID-kinderen worden in Zweden nagenoeg hetzelfde behandeld als adoptiefkinderen. Veel staten in de Verenigde Staten hebben eveneens wetgeving op het gebied van afstammingsvoorlichting. Het onthullen van de identiteit van de donor is mogelijk bij 'good cause' of bij 'legimate interest'. Het gaat hier echter niet om een constitutioneel gewaarborgd recht op afstammingsvoorlichting. Bovenstaande wetgeving betreft alleen afstammingsvoorlichting bij zaaddonatie. Er zijn nog vrijwel geen wetten betreffende afstammingsvoorlichting bij eiceldonatie. Eiceldonatie wordt daarvoor nog te weinig toegepast en bovendien wordt in vrijwel alle gevallen gebruik gemaakt van een bekende eiceldonor. Mochten er problemen ontstaan omtrent de afstammingsvoorlichting dan kan de regelgeving betreffende zaaddonatie gemakkelijk aangepast worden voor eiceldonatie. |
publicaties@kidkids.nl |
|
© KIDkids 08-03-2000,
updated 08-09-2000. |
home | KID-IUI | discussie | links | juridisch | FAQ | literatuur | uitgesproken | gevraagd | aangeboden | kaartjes | raadsels | sitemap