
| Het antwoord is: | in vat 20 |
| De klanten kopen alle wijn; de tweede de dubbele hoeveelheid van de eerste. De totale inhoud van de wijn moet dus door 3 deelbaar zijn, zodanig dat de eerste klant 1/3 kan kopen en de tweede 2/3. Opgeteld zijn de tientallen van de 6 vaten deelbaar door 3 (nl. 9) en de eenheden 29; gedeeld door 3 ontstaat een rest van 2. Dus moet het bier in een vat zitten met een inhoud dat, gedeeld door 3, een rest van 2 heeft. Het vat van 20 liter dus. De eerste klant kocht de wijnvaten van 15 en 18 liter, de tweede klant de vaten van 16, 19 en 31 liter. |
|
|
© KIDkids 09-05-1999,
updated 08-09-2000. |
home | KID-IUI | discussie | links | juridisch | FAQ | literatuur | uitgesproken | gevraagd | aangeboden | kaartjes | raadsels | sitemap