Zelfinseminatie

(Anita)

Alvorens tot zelfinseminatie over te kunnen gaan, is het belangrijk iets van het grote wonder dat bevruchting heet, te begrijpen. Uiteraard weet eenieder hoe de kindjes op deze wereld komen en ook wat daarvoor nodig is, maar als er geen sprake is van gemeenschap en feitelijk dus van een 'technische' handeling, wordt het begrijpen van wat er gebeurt en waarom iets gebeurt, belangrijker.

 
 

SPERMA

Een zaadlozing bevat ongeveer 2 à 3 cc vocht. Hierin bevinden zich 200 à 300 miljoen zaadcellen. In een tweede zaadlozing - binnen vier tot acht uur - zitten aanzienlijk minder zaadcellen en in een derde zaadlozing ontbreken vaak alle zaadcellen. Het meest vruchtbare is dus een eerste zaadlozing.

 

Voor de donor betekent dit dus dat indien hij enkele uren vóór zijn donatie een of meer zaadlozingen heeft gehad, het gedoneerde sperma mogelijk niet vruchtbaar is.

 

Zaadcellen kunnen niet leven in een omgeving kouder dan de lichaamstemperatuur.
Indien een donor zijn sperma opvangt en het daarna door hem of door derden wordt vervoerd, moet het sperma dus op lichaamstemperatuur blijven, om te waarborgen dat het sperma vruchtbaar blijft. Het mag niet warmer, maar ook niet kouder worden vervoerd.
De meest eenvoudige en beste methode is het sperma tegen een menselijk lichaam aan te vervoeren. Op die manier blijft het op de juiste temperatuur en verliest niets aan kwaliteit.
Zou het sperma gewoon vervoerd worden, dan is het na korte tijd onbruikbaar geworden.

 

De meest ideale situatie is dat de donor zijn sperma opvangt en dat door de ontvangster onmiddellijk wordt gebruikt voor de inseminatie. Hoewel meest ideaal voor sec de bevruchting, levert deze methode echter voor zowel donor als ontvangster vaak gevoelsmatige problemen op.

 

Na de inseminatie moeten de zaadcellen een weg van 12 tot 17 cm afleggen, van de baarmoedermond, via de baarmoederhals, baarmoeder en eileider naar de vrije buikholte. Spermacellen behouden normaal gesproken gedurende ongeveer 48 uur tot maximum 72 uur hun bevruchtend vermogen, hetgeen wil zeggen dat ze gedurende 48 tot 72 uur na inseminatie voor bevruchting kunnen zorgen.

 

Zaadcellen hebben ongeveer 5 minuten nodig om de eileider, waarin de bevruchting plaatsvindt, te bereiken. Het transport van de zaadcellen wordt vergemakkelijkt door het baarmoederhalsslijm (cervixslijm) dat in de meest vruchtbare periode van de maand zeer 'spermavriendelijk' is.

zaadcel in eileider

In dit baarmoederhalsslijm worden de zaadcellen biochemisch veranderd. Deze biochemische verandering is voor het zaad noodzakelijk om de eicel te kunnen bevruchten. Wanneer een zaadcel binnen de wolk steuncellen rondom de eicel treedt, vindt de zogenaamde acrosoomreactie plaats. Dit is een versmelting van membranen op de kop van de zaadcel, waardoor enzymen vrijkomen die nodig zijn om de buitenste wand van de eicel te doordringen.
Met behulp van deze enzymen boort de zaadcel zich door de harde wand van de eicel. Door het versmelten van de mannelijke en de vrouwelijke kern ontstaat de zygote. Hieruit ontwikkelt zich het pré-embryo: het begin van nieuw menselijk leven.

 
 

VRUCHTBARE PERIODE

Belangrijk is om op een juiste manier te bepalen wanneer de vrouw vruchtbaar is.
Hiervoor kan gekozen worden uit vruchtbaarheidstesten of temperatuurcurven.
(Zie op Internet bijvoorbeeld ZELFTEST SHOP en Nederlandse site over (on)vruchtbaarheid.)

 

Er zijn vruchtbaarheidstesten in de handel, verkrijgbaar bij elke apotheek. Ze zijn voorzien van een duidelijke handleiding. Bij deskundigen bestaat enige twijfel of de in de handel zijnde vruchtbaarheidstesten wel zo betrouwbaar zijn als de fabrikanten beweren. Dat neemt echter niet weg dat velen deze testen met succes hebben gebruikt.

 

Daarnaast bestaat er de mogelijkheid om via temperaturen het moment van de eisprong te bepalen.
Vanaf de eerste dag van de menstruatie wordt - vóór het opstaan (dus ook niet eerst gaan plassen) - de temperatuur opgenomen, bij voorkeur rectaal. Deze temperatuur wordt op een staatje genoteerd, hetgeen eenvoudig zelf te maken is door op ruitjespapier op de horizontale as de dagen te noteren en op de verticale as de temperatuur. Indien de meetpunten met elkaar worden verbonden blijkt dat er tussen de tiende en vijftiende dag na de eerste dag van de menstruatie - afhankelijk van de lengte van de menstruatiecyclus - een temperatuurverhoging van ongeveer een half procent optreedt. Dit is het moment van de eisprong.
Om enig inzicht in de cyclus van de vrouw te krijgen, is het raadzaam vóór de eerste inseminatie ongeveer drie cycli te temperaturen. Zeker indien daarin enige regelmaat zit, kan op die manier beter 'voorspeld' worden wanneer de volgende eisprong te verwachten is.

 
 

EICEL

In de eierstok, het ovarium, van elke vrouw zijn heel veel stameicellen aanwezig. Onder invloed van hormonen ontwikkelt zich elke maand één - soms twee - eicel(len). Wanneer deze rijp is, barst de follikel waarin ze zich ontwikkelde open en wordt de eicel uitgestoten. Dit noemen we de eisprong.
Tegelijk met het ontwikkelen van de eicel zorgen hormonen er voor dat het baarmoederslijmvlies wordt opgebouwd.

 

De eileider is 10 tot 12 centimeter lang en heeft een trechtervormig uiteinde. Dit uiteinde tast het oppervlak van de eierstok af om rijpe eicellen op te vangen. Direct na de eisprong bevindt het eitje zich in de buikholte, waarna het snel in de trechtervormige opening van de eileider wordt gestuwd met behulp van trilhaartjes op de trechterwand. Het eitje is ongeveer 0,13 millimeter in doorsnee - veel groter dan een zaadcel - wanneer het in de eileider belandt.
Vanaf dat moment kan de eicel gedurende tien tot twaalf uur - in sommige gevallen vierentwintig uur - bevrucht worden. Bevruchting vindt dus in de eileider plaats.
Het eitje blijft - bevrucht of onbevrucht - zo'n drie tot vier dagen in de eileider, op weg naar de baarmoeder.

 

Indien een eitje onbevrucht in de baarmoeder terechtkomt, zal de baarmoeder het baarmoederslijmvlies ongeveer een week daarna afstoten; er is sprake van menstruatie.

celdeling 2de dag zwangerschap

Komt er een bevrucht eitje in de baarmoeder terecht, dan zal dit zich trachten te nestelen in het baarmoederslijmvlies. Indien de innesteling goed gaat is er sprake van een zwangerschap. Lukt het innestelen niet, dan zal de baarmoeder het baarmoederslijmvlies en het bevruchte eitje ongeveer een week daarna afstoten en is er eveneens sprake van een menstruatie.

 
 

WANNEER INSEMINEREN

Voor het bepalen van het moment van inseminatie zijn twee zaken erg belangrijk, n.l.:
- een zaadcel blijft in de eileider 48 tot 72 uur vruchtbaar
- een eicel is 10 tot 12 uur ná de eisprong vruchtbaar.

 

Uitgangspunt is het moment van de eisprong. Zodra die bepaald is met behulp van een vruchtbaarheidstest of temperatuurcurve, kan een eerste inseminatie plaatsvinden. De zaadcellen zullen binnen enkele minuten in de eileider aanwezig zijn en liggen daar als het ware te wachten op de komst van de eicel.

 

Omdat de zaadcellen minimaal 48 uur hun bevruchtend vermogen behouden, is het zelfs mogelijk te kiezen voor inseminatie zonder een exacte vaststelling van de eisprong. Gemiddeld vindt de eisprong rond de veertiende dag na de eerste dag van de laatste menstruatie plaats. Soms wordt er daarom gekozen voor inseminatie op de twaalfde, de dertiende en/of de veertiende dag na de eerste dag van de menstruatie. Daardoor is bijna zeker dat er zaadcellen met bevruchtend vermogen in de eileider aanwezig zijn op het moment dat de eicel vruchtbaar is.

 
 

HOE INSEMINEREN

Bij zelfinseminatie is er meestal sprake van 'vers' sperma.
In ziekenhuizen en bij spermabanken gebruikt men meestal ingevroren sperma. Invriezen geschiedt in rietjes, die met een soort was worden dichtgemaakt en die vervolgens in vloeibare stikstof worden gehangen. Voor het gebruik wordt een rietje uit de vloeibare stikstof gehaald; het sperma ontdooit in enkele minuten, het wasuiteinde wordt van het rietje geknipt en op een injectiespuit geschoven, waarna het rietje in de vagina wordt ingebracht en leeggespoten, dicht bij de baarmoedermond.

 

Sommige ziekenhuizen en/of spermabanken zijn bereid ten behoeve van zelfinseminatie voor het invriezen van donorzaad zorg te dragen. Dit heeft als voordeel dat de donor minder wordt belast, doch er zitten uiteraard vele nadelen aan. Na het ontdooien dient het sperma zo spoedig mogelijk te worden geïnsemineerd. Wie er de voorkeur aan geeft thuis te insemineren kan gebruik maken van kleine containers vloeibare stikstof, waarin de rietjes enkele uren kunnen worden bewaard. Deze methode vergt van de vrouw in kwestie dus nogal wat heen-en-weer gereis.
Tweede nadeel is dat het sperma iets aan kwaliteit verliest door het invriezen, terwijl daarnaast blijkt dat een aantal ziekenhuis/spermabanken nadat zij voor invriezen hebben zorggedragen, er van uit gaan dat de vrouw in kwestie de inseminatie toch in hun instituut laat uitvoeren.

 

De meest eenvoudige manier van zelfinseminatie is wat sperma opzuigen in een rietje, bijvoorbeeld met behulp van een injectiespuit; het rietje zo diep mogelijk in vagina brengen en het sperma eruit drukken. In plaats van een rietje kan een flexibel slangetje worden gebruikt; dit heeft als nadeel dat het moeilijker te 'sturen' is bij het inbrengen in de vagina.
Het verdient aanbeveling na een dergelijke inseminatie korte tijd te blijven liggen; een kwartiertje is voldoende om er zeker van te zijn dat veel spermacellen zijn doorgedrongen tot de eileider.

 

Via de apotheek, de huisarts en diverse instanties zoals Vrouwengezondheidscentrum ISIS te Amsterdam zijn inseminatiecupjes te verkrijgen.
Zo'n cupje is een half bolletje met daaraan een slangetje met klemmetje, waarop een spuitje bevestigd kan worden. Het cupje wordt zo dicht mogelijk bij de baarmoedermond ingebracht en vacuüm gezogen met het spuitje. Dan wordt het slangetje afgesloten met het klemmetje en kan in het spuitje sperma worden opgezogen. Dit wordt dan op het slangetje gezet, het klemmetje wordt verwijderd en het sperma wordt ingespoten. Vervolgens wordt het klemmetje weer dichtgedaan. Het geheel kan dan een aantal uren blijven zitten, zodat de zaadcellen de kans krijgen naar boven te zwemmen.

 
sail_bar.gif - 1.788 bytes


publicaties@kidkids.nl
publicaties@kidkids.nl
bovenkant pagina Kid-kids homepage
 © KIDkids 08-03-2000,
updated 02-04-2002.

 

home | KID-IUI | discussie | links | juridisch | FAQ | literatuur | uitgesproken | gevraagd | aangeboden | kaartjes | raadsels | sitemap